Luchtstromen controleren

De toetreding van frisse lucht, en dus ook de afvoer van ‘gebruikte’ lucht, zijn van groot belang voor een aangenaam en verantwoord binnenklimaat. Zonder voldoende ventilatie wordt een ruimte vochtig, muf en ongezond.

  • Vanouds komt er in historische woningen voldoende frisse lucht binnen door kieren en openingen. Nadelen hiervan zijn warmteverlies en mogelijk geluidsoverlast. Naarmate meer kieren en gaten worden gedicht, wordt het belangrijker om bewust en eventueel actief te ventileren.
  • Probeer de ventilatie zo veel mogelijk regelbaar te maken. Afhankelijk van de omstandigheden, waaronder de verhouding tussen binnen- en buitentemperatuur, kan de aanvoer van frisse lucht worden vergroot of verkleind. Bijvoorbeeld door het openen en (gedeeltelijk) sluiten van deuren, ramen, luiken en roosters.
  • Kijk of er historische ventilatiekanalen aanwezig zijn en of deze opnieuw te gebruiken zijn.
  • Maak gebruik van (plafond)ventilatoren om luchtstromingen in gang te zetten. Dit werkt beter dan het openzetten van een raam om voor verkoeling te zorgen als het buiten warmer is dan binnen.

 

Deel dit artikel: LinkedIn Google+