Houtconstructies

Goed onderhouden houtconstructies kunnen eeuwenlang mee. Het grote voordeel van hout is dat het door zijn geringe gewicht vrijwel overal toepasbaar is. Het nadeel is dat het onder invloed van regen en zon uitzet en krimpt. Daardoor ontstaan in houten wanden bijna altijd naden en kieren, met name door het kromtrekken van houten delen. Hierdoor kan regenwater de constructie binnendringen. Vooral op de hoeken, rond kozijnen, vlak boven de grond en vlak onder de (soms lekkende) goot kan dat leiden tot verrotting. Zodra hout meer dan twintig procent vocht bevat, is de kans op schimmelaantasting groot.

Op diverse plaatsen zijn bij restauraties nog gave skeletconstructies te zien, maar voor beschietingen geldt dat zelden. Door het van tijd tot tijd vervangen van een of meer delen zijn de beschietingen in de loop der tijd volledig vernieuwd. Het verdient altijd de voorkeur om bij vernieuwing alleen die delen te vervangen waarvoor dat noodzakelijk is en niet gelijk de hele wand. Zo blijven originele delen en profileringen bewaard.

De meeste zorg bij houtconstructies die blootstaan aan de buitenlucht vergen de aansluitingen van verschillende delen: of potdicht afsluiten en goed in de verf houden of juist open laten zodat het goed kan ventileren. De bescherming van hout is van eminent belang. De methode daarvoor is schilderen of teren:
Teren is eeuwenlang toegepast, bijvoorbeeld op het hout van de Noord- Hollandse molens en de Zeeuwse schuren. De milieuwetgeving heeft fabrikanten doen omzien naar andere middelen, zoals houtteer en bruinoleum; deze gaan echter minder lang mee.De buitenbeschieting moet eens in de drie tot vijf jaar worden geschilderd. Daarom zijn vele beschietingen niet meer origineel van kleur, hoewel sterk traditie- en streekgebonden kleuren lang in stand zijn gebleven. Bij restauraties wordt altijd kleuronderzoek gedaan om de originele uitvoering zo dicht mogelijk te benaderen.

Isolatie

Tegenwoordig worden veel panden voorzien van isolatie. Met name bij houten panden met een skeletconstructie lijkt het aanbrengen van isolatiemateriaal tussen het binnen- en buitenbeschot relatief eenvoudig.

Maar door onzorgvuldig aanbrengen van isolatiemateriaal of de dampremmende laag kunnen ernstige bouwfysische problemen ontstaan. Deze kunnen het voordeel van een lagere energierekening in een klap tenietdoen.

Het isoleren van bestaande gebouwen is meestal moeilijk omdat het vrijwel onmogelijk is om een geheel gesloten isolatiepakket met dampremmende laag aan te brengen. Bij de aansluitingen van het isolatiemateriaal op balken en muren ontstaan vaak koudebruggen.

Een koudebrug is een plek in de geïsoleerde constructie waar warmteoverdracht plaatsvindt (een soort warmtelek). Waterdamp kan op deze plekken gaan condenseren. Door de verhoogde vochtbelasting zullen het houten skelet en de betimmering versneld verrotten.

Ontwikkeling

Tot omstreeks de zestiende eeuw waren de meeste huizen gebouwd van hout. Archeologische vondsten laten zien dat de wanden van de vroegste huizen bestonden uit berken-, elzen- of wilgenhout, gevlochten rond staanders die in de grond waren gedreven.

Lees meer

 

Deel dit artikel: LinkedIn Google+