Vensters

De huidige technische en functionele eisen, zoals vastgelegd in onder meer de Wet Geluidhinder en het Bouwbesluit, plegen een grote aanslag op zowel houten als stalen historische vensters.

In het recente verleden zijn veel vensters nogal lichtvaardig vervangen, vaak door exemplaren in een inferieure (hout)kwaliteit. Dat is te betreuren. Door preventieve maatregelen, respect voor wat aanwezig is en partieel herstel hadden veel historische vensters behouden kunnen worden.

Preventieve maatregelen en herstel

Als kozijnen, deuren en vensters zijn gemaakt uit hoogwaardig materiaal, goed geconstrueerd zijn én goed in de gevel zijn aangebracht, kunnen zij heel lang meegaan. Maar ook dan alleen op voorwaarde dat steeds tijdig preventieve maatregelen worden getroffen. Als er toch schade optreedt, wordt bij voorkeur partieel herstel uitgevoerd. Herstel is uiteraard alleen effectief als de oorzaak van de schade wordt weggenomen.

Hang- en sluitwerk

Bij het aanbrengen van scharnieren en gehengen moet men erop letten dat bij de bevestigingsplaatsen geen water in het hout kan dringen. Dat houdt in dat alle inkepingen en geboorde gaten met een dikke grondverf voorbehandeld moeten worden.

Hang- en sluitwerk kan men het best bevestigen met roestvaststalen of koperen schroeven, om roestvorming en voortijdig onderhoud aan het schilderwerk te voorkomen.

Oude bochtscharnieren zorgen nogal eens voor scheurvorming in deur- en raamstijlen. Dit is het gevolg van roestvorming door langdurig verwaarloosd schilderwerk.

Luiken hangen meestal aan smeedijzeren duimen. Deze duimen zijn vaak vast gegoten in een duimsteen van natuursteen. Als het ijzer roest, zet het uit en scheurt de steen kapot.

Houtrot

Hout met een te hoog vochtgehalte wordt aangetast door houtrot. Een te hoog vochtgehalte verraadt zich vaak door een afbladderende verflaag. Verbindingen in het hout, vooral op de hoeken, zijn het gevoeligst voor het binnendringen van vocht, omdat zich hier vaak opengetrokken verbindingsnaden bevinden.

Aantasting van vensterhout wordt vaak veroorzaakt door condenswater. Dit kan het hout binnendringen als de verbinding tussen het glas en de glassponning niet goed gesloten is. Controleer daarom regelmatig of de glasaansluitingen waterdicht zijn. Openstaande glasnaden kunnen eventueel worden dichtgezet met een overschilderbare beglazingskit.

Hang- en sluitnaden dienen voldoende ruim te zijn. Een te smalle hang- of sluitnaad zal door capillaire werking regenwater opzuigen. Dit geeft vaak inrottingen ter plaatse van de verbindingsnaden. Vooral aan de onderzijde dient een naad van circa 5 mm te worden aangehouden.

Onderdorpels van kozijnen en naar buiten draaiende ramen moeten aan de onderzijde zijn voorzien van een waterhol, zodat water ervan afdrupt en niet langs muren en kozijnen spoelt. Ook hier is goede ventilatie van belang.

  • Houtsoorten

Tot in de twintigste eeuw bestond het materiaal voor kozijnen en ramen vooral uit Europese houtsoorten als eiken en fijndradig grenen (zonder het zachte spinthout). Bekende combinaties waren die van grenen stijlen met eiken onderdorpels of grenen raamhout met eiken roeden.

Na de Tweede Wereldoorlog is een tijdlang vurenhout van een slechte kwaliteit gebruikt. Ook in de restauratie werd veel slecht hout gebruikt. Nieuwe kozijnen van inferieur hout bleken na verloop van tijd verrot, terwijl aan de gehandhaafde kozijnen nauwelijks iets mankeerde. Na deze periode werden steeds vaker kwalitatief betere tropische hardhoutsoorten gebruikt.

Bij een restauratie dienen bij voorkeur de houtsoorten te worden toegepast die oorspronkelijk bij het betreffende gebouw werden gebruikt.

  • Partieel herstel

De praktijk in de woningbouw heeft laten zien dat partieel herstel bijna altijd mogelijk is. In de meeste gevallen gaat het om ondereinden van stijlen en roedenkruisen.

Al sinds de jaren dertig zijn er vulmiddelen op de markt om ingerot hout mee te stoppen. De meeste zijn uitsluitend geschikt voor binnentoepassingen. Alleen vulmiddelen op basis van speciaal aangepaste epoxy’s zijn buiten toepasbaar en overschilderbaar met alkydverf.

Belangrijk is het opvullen zo veel mogelijk te beperken. Is het oppervlak ingerot hout groter dan tien vierkante centimeter, dan is in verband met krimp het inzetten van nieuw hout noodzakelijk. Verder moet het rotte hout volledig worden verwijderd. Zware aantastingen van kozijnverbindingen kunnen met vulmiddelen niet met een goed resultaat worden gerepareerd.

Voor het partieel herstel van historische vensters zijn een paar principes belangrijk:

  • Kies vanwege de monumentale waarde zo veel mogelijk voor het handhaven van de originele kozijnen en ramen, ook als dit duurder is dan vervangen.
  • Handhaaf zo veel mogelijk de oorspronkelijke detaillering.
  • Zorg voor absolute waterdichtheid van alle verbindingen.
  • Ga ervan uit dat het oude kozijn van beter hout gemaakt is dan het nieuwe. Gebruik bij grenenhout alleen het fijndradige kernhout. Het groeihout of spint is van slechte kwaliteit.
  • Zorg er bij aanheling van raamstijlen voor dat de hardheid van het hout (bijvoorbeeld te zien aan de jaarringen) en de zaagwijze zo veel mogelijk aansluiten bij die van het bestaande hout.
  • Streef naar het herstellen van de oorspronkelijke sterkte, omdat in Nederland kozijnen bijna altijd een dragende functie hebben.

Luiken

Luiken vormen een onderhoudsintensief onderdeel van het venster. Ze staan de hele dag bloot aan weer en wind (hemelwater, zonnestraling, temperatuurwisselingen) en hebben daardoor veel te lijden. Vooral het schilderwerk vergt aandacht.

Luiken zijn erg gevoelig voor inrotting. Zorg er daarom voor dat het kopse hout (aan de bovenzijde van het luik) is afgedekt met een strookje lood.

Door invloed van de zon hebben luiken de neiging krom te trekken. Meestal ligt dit aan de kwaliteit van het hout. Bij vervanging van de luiken is een duurzame houtsoort aan te bevelen. Voorzie de luiken aan de onderkant van een waterholletje of afschaving, zodat het water er zo snel mogelijk afloopt.

Muuraansluitingen

Bij het aanbrengen van een nieuw of vernieuwd kozijn in een bestaande muuropening wordt nog wel eens vergeten een loodafdekking aan te brengen op de bovendorpel van het kozijn.

Uit esthetisch oogpunt en als tochtwering hebben schilders de neiging om de aansluiting van de stijlen op het muurwerk dicht te kitten. Hierdoor wordt het in de constructie aanwezige vocht opgesloten en ontstaat er een grote kans op inrotting van de kozijnstijlen. Daarom is het beter geen kit aan te brengen en bestaande kitnaden te verwijderen, zodat de constructie droog geventileerd wordt.

Bij brede naden is het te overwegen deze dicht te zetten met een minerale voegmortel op basis van kalk. Deze is vochtregulerend, waardoor het in de constructie aanwezige vocht toch kan uittreden.

Ontwikkeling

Vensters en deuren geven gezicht aan een gevelpartij en zijn kenmerkend voor de architectuur. Zij zijn sterk aan mode onderhevig en konden betrekkelijk gemakkelijk worden aangepast of vernieuwd. Aan de plaats en de vormgeving zijn vaak de diverse stijlperioden af te lezen.

Lees meer

 

Deel dit artikel: LinkedIn Google+