Groen

Als er een jonge boom wordt geplant in een monumentale aanleg, is dat meestal met de bedoeling dat deze zal uitgroeien tot een volwassen boom. Hij zal dus over bijvoorbeeld veertig jaar veel meer ruimte in beslag nemen. Plant hem daarom niet dicht bij een gebouw. De wortels kunnen op den duur de fundamenten van het gebouw wegdrukken en de schaduwwerking van de kroon kan extra vocht en mosgroei op muren en daken tot gevolg hebben.

Minstens zo belangrijk is het om een boom te planten op een plaats die historisch/architectonisch verantwoord is, zodat de oorspronkelijk bedoelde compositie van de aanleg gehandhaafd blijft.

Uit het oogpunt van veiligheid, voor zowel personen, gebouwen als omgeving, is het aan te bevelen om in elk geval voor grote en oude bomen regelmatig een visueel boomonderzoek te laten uitvoeren (ook wel aangeduid als Visual Tree Assessment/VTA). Als een boom er slecht bij staat en/of verwondingen vertoont, laat dan een deskundige een (kijk)inspectie doen. Hij kan wellicht de oorzaak (bijvoorbeeld schimmelziekte) opsporen en adviseren over te nemen maatregelen.

Snoeien

Veel snoeiwerk kan in eigen beheer worden uitgevoerd. Ga echter nooit te werk zonder een goed doordacht plan. Dit voorkomt misvorming van de boom. Bepaal zorgvuldig in welke levensfase de boom zich bevindt. Bij elke levensfase hoort een eigen snoeibeleid. Inventariseer vervolgens welke aanleidingen of redenen er zijn om te snoeien.

De snoei van een jonge boom (jeugdsnoei) is vooral gericht op een groei tot een rechtstammige boom met een enkele top. Bij begeleidingssnoei – vanaf de jeugdfase tot de volwassenheid – is het van belang dat zich aan de stam niet te veel en te zware gesteltakken ontwikkelen die overlast zullen veroorzaken voor bijvoorbeeld nabijgelegen gebouwen. De ontwikkeling van een evenwichtig opgebouwde kroon blijft ook in deze fase van groot belang.

De snoei van volwassen en oude bomen is vaak moeilijk zelf uit te voeren. Plakoksels, schuurtakken en dergelijke zijn problemen die beter aan (het inzicht van) een erkende boomverzorger overgelaten kunnen worden. Hij heeft de ervaring en het juiste materieel om de boom op de goede manier te behandelen. Wie leifruitbomen heeft of wil planten – bij voorkeur van een oud ras – doet er goed aan zich via literatuur en/of een cursus te verdiepen in de teelt en verzorging van deze bijzondere groep bomen.

Bodemverbetering

Het is soms frustrerend als een nieuwe aanplant ondanks alle goede bedoelingen niet goed wil aanslaan. Een grondonderzoek kan dan uitkomst bieden. Het levert gegevens op over de opbouw van de bodem nabij de boom. Nadere analyse in het laboratorium verschaft gegevens over de voedselvoorraad in de grond en leidt tot een bemestingsadvies. Door het nauwgezet opvolgen van dit advies zal de boom beter groeien. Bovendien worden eventuele storende lagen in de bodem en bodemverdichting hiermee opgespoord. Ook na een ingrijpende snoeibeurt van een monumentale boom is bodemverbetering aan te raden.

Meer over gespecialiseerde groene inspecties

 

Deel dit artikel: LinkedIn Google+